Tijdens bevalling overlijden, oorzaken van moedersterfte

Jaarlijks overlijden in Nederland minder dan 10 vrouwen tijdens de bevalling. Dit is een stuk minder dan in 1950, toen jaarlijks ruim 240 vrouwen stierven. Moedersterfte kent verschillende oorzaken. We bespreken de meest voorkomende geboortecomplicaties en bekijken hoe Nederland er met betrekking tot andere landen voorstaat.




De kans op overlijden tijdens de bevalling

Tegenwoordig is de kans op overlijden tijdens de bevalling zeer klein. In absolute cijfers bedraagt de kans op overlijden tijdens de bevalling slechts 0.029%. De kans op overlijden tijdens de kraamperiode is nog kleiner en bedraagt 0,0043%. Bevallen in Nederland is dus redelijk veilig.

De kans op overlijden tijdens de bevalling neemt toe met het ouder worden. Er overlijden iets meer bevallende vrouwen die 35 jaar of ouder zijn. Het risico op sterfte ligt ook hoger bij niet-westerse allochtone vrouwen.

Oorzaken van overlijden tijdens de bevalling

Er zijn drie belangrijke oorzaken voor sterfte tijdens de bevalling. Dit zijn:

  • Hoge bloeddruk of zwangerschapshypertensie
  • Infectie van de baarmoeder
  • Bloedverlies tijdens of na de bevalling

Vrouwen met gezondheidsproblemen zoals zwangerschapssuiker, erfelijke bloedarmoede of een verhoogde bloeddruk lopen meer risico op sterfte tijdens de bevalling.

Hoge bloeddruk of zwangerschapshypertensie

Een van de grootste oorzaken van sterfte tijdens de bevalling is een te hoge bloeddruk tijdens de zwangerschap. Dit wordt ook wel zwangerschapshypertensie genoemd en komt voor na de 20e zwangerschapsweek. Zonder behandeling kan zwangerschapshypertensie overgaan in pre-eclampsie, eclampsie of het hellp syndroom. Zwangerschapshypertensie komt bij ongeveer 15% van de zwangere vrouwen voor. Vooral vrouwen ouder dan 35 jaar die voor het eerst zwanger zijn, hebben meer kans op het ontwikkelen van zwangerschapshypertensie. Ook komt het vaker voor bij een meerlingzwangerschap.

Symptomen van zwangerschapshypertensie zijn:

  • Hoofdpijn
  • Misselijkheid
  • Opgezwollen handen en voeten,
  • Tintelingen in de vingers
  • Soms sterretjes voor de ogen zien
  • Een pijnlijke buik
  • Het gevoel alsof er een strakke band om de buik zit






Oorzaken van zwangerschapshypertensie zijn overgewicht, erfelijke aanleg, een eerste zwangerschap of bepaalde ziekten.

Zonder behandeling of wanneer de behandeling niet aanslaat kunnen er zeer ernstige gevolgen ontstaan zoals een loslatende placenta. Wanneer de conditie van moeder en kind achteruit gaan, wordt de bevalling ingeleid. Uit onderzoek blijkt dat zwangerschapshypertensie de meest voorkomende oorzaak van moedersterfte is.

Infectie van de baarmoeder

Ook een infectie van de baarmoeder kan sterfte tijdens of na de bevalling veroorzaken. Door de bevalling ontstaat er een wond in de baarmoeder. Omdat de weerstand na de bevalling vermindert, is de kans op een infectie groter. In sommige gevallen leidt een infectie tot een bloedvergiftiging.

Symptomen van een bloedvergiftiging zijn hoge koorts, snelle hartslag en snelle ademhaling. Ook een lage bloeddruk, verwardheid en opvallend wit tandvlees komen voor. Een bloedvergiftiging moet snel behandeld worden. Vaak bestaat de behandeling uit een infuus met antibiotica. Zonder behandeling is de kans op overlijden aanwezig.

Bloedverlies tijdens of na de bevalling

Er kan tijdens de bevalling veel misgaan. Wanneer de placenta na de geboorte niet loslaat kan de vrouw veel bloed verliezen. Dit ontstaat ook wanneer de navelstreng tijdens de bevalling scheurt, zoals bij een vasa previa.

Bloedverlies tijdens of na de bevalling moet direct behandeld worden. Dit gebeurt door het stelpen van de bloeding en een mogelijke bloedtransfusie. Zonder behandeling verliest de vrouw zoveel bloed dat de kans op sterfte groot is.

Het voorkomen van overlijden tijdens de bevalling

Wanneer zich tijdens de zwangerschap problemen voordoen, is het belangrijk deze direct te behandelen. Alleen op deze manier kan sterfte tijdens de bevalling voorkomen worden. Vrouwen met zwangerschapshypertensie worden altijd door een gynaecoloog begeleid. Ook bij zwangerschapsdiabetes is extra begeleiding noodzakelijk.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *