Prinsjesdag 2017: de plannen

Elk jaar wordt op Prinsjesdag de plannen voor het komende jaar bekend gemaakt. Dit noemen we ook wel de Miljoenennota. Voor gezinnen met kinderen gaat er vanaf 2018 een en ander veranderen. Ben jij ook benieuwd of je er voor – of achteruit op gaat? Hoeveel geld krijg je meer of minder wanneer je een gezin met kinderen vormt? We bespreken alle situaties. Dus zowel voor een alleenstaande ouder als gezinnen met één of meer kinderen.




Een stijging van het kindgebonden budget in 2018

Heel veel ouders hebben recht op het kindgebonden budget. Dit is een tegemoetkoming in de kosten voor kinderen. Hoeveel je krijgt hangt af van het totale inkomen en eigen vermogen. In 2017 kreeg een gezin met 1 kind maximaal €1032 per jaar. Dit bedrag wordt in 2018 verhoogd. Deze verhoging geldt voor het eerste en tweede kind. Zodra de precieze bedragen bekend zijn, lees je dit in het artikel kindgebonden budget 2018.

 

Meer geld voor arme kinderen

Sommige gezinnen leven op of onder de armoedegrens. In 2017 werd hier 100 miljoen euro voor uitgetrokken. Zo wordt het voor kinderen mogelijk om op sport te gaan of om mee te gaan op schoolreisje. Dit is goed nieuws voor veel gezinnen. Het geld wordt onder andere ook besteed voor sportspullen, schoolspullen en kleding voor de kinderen. Dit geld wordt in natura uitgekeerd. Dit betekent dat er niet direct geld wordt gestort, maar dat dit vrijkomt in de vorm van bijvoorbeeld schoolboeken of zwemlessen. Deze regeling voorkomt dat het geld door gezinnen aan andere dingen wordt besteed.

 

Stijging van de koopkracht

In 2018 gaan alle Nederlanders erop vooruit. De koopkracht stijgt met gemiddeld met 0,6 procen. Voor werkenden geldt een koopkrachtstijging van 0,7 procent. Een werkend gezin met kinderen (en 2 inkomens) gaat er gemiddeld 0,3% op vooruit. In 2017 profiteerden uitkeringsgerechtigden het meest. In 2018 profiteert deze groep minder en kan rekenen op een koopkrachtstijging van 0,3%. Het complete overzicht is altijd bekend na het aanreiken van de Miljoenennota. Nog meer goed nieuws: de werkeloosheid zal dalen naar ongeveer 390.000 werklozen (was in maart 2017 463.000).

 

Meer algemene heffingskorting

De algemene heffingskorting ging in 2017 met ongeveer €40 omhoog. Hierdoor was er sprake van een hogere korting op de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. Hoe dit voor 2018 uitziet, is op moment van schrijven nog niet bekend. Update volgt snel.

 

De belastingdienst kampt met grote problemen. Daarom is besloten 75 miljoen euro richting de belastingdienst te sturen.

 

Hogere huurtoeslag

De huurtoeslag ging in 2017 omhoog. Voor 2018 zijn de exacte plannen nog niet bekend.




Verplicht eigen risico stijgt (niet)

Het verplicht eigen risico voor de zorg zal in 2017 stijgen naar €400 (was in 2017 €385). Tenminste, dat waren de plannen. Op 26 september wordt er gestemd om het eigen risico toch op 385 euro te houden. Dit is met het nieuwe regeerakkoord van kracht: de zorgpremie blijft op 385 euro staan. De premie voor de zorgverzekering zal volgens plannen met gemiddeld 6 euro per maand stijgen. DSW heeft als eerste zijn premie juist verlaagd. Het basispakket zal worden uitgebreid met een aantal behandelingen (dit was in 2017). De inkomensafhankelijke bijdrage zorgverzekeringswet ging in 2017 omlaag. Voor zelfstandige ondernemers betekende dit een verlaging van 0,10%. Voor 2018 blijft dit gelijk. De maximale zorgtoeslag gaat €130 per jaar omhoog.

 

Er gaat vanaf 2018 jaarlijks 435 miljoen naar de verpleegzorg, plus 130 mijoen extra. Hierdoor kan er betere verpleegzorg worden geboden.

 

Meer geld voor onderwijs

Er gaat in totaal 270 miljoen euro naar basisschoolleraren: een mooie salarisverhoging. Hiermee wordt getracht het tekort aan leraren recht te trekken.

 

Het kabinet trekt 250 miljoen euro per jaar extra uit voor kinderopvangtoeslag. Dit betekent dat ouders beter kunnen werken en profiteren van de kinderopvang.

 

Wat betekent dit voor mijn gezin en kinderen?

Zoals eerder uitgelegd zal iedereen er gemiddeld 0,6 % op vooruit gaan. Een stel met kinderen en een minimumuitkering gaat er gemiddeld 0,2% op vooruit. Niet veel, maar alle beetjes helpen. In gezin met kinderen en een alleenverdiener met een inkomen van €74.000 gaat er 0,1% op vooruit.

 

Alleenstaande ouder in de bijstand of werkend

Een alleenstaande ouder met een kind gaat er gemiddeld 0,5% in koopkracht vooruit. Een alleenstaande ouder met een inkomen van €19.000 mag er maar liefst 0,8% aan koopkrachtstijging bijschrijven. In andere gevallen (hoger inkomen of bijstandsuitkering) blijft de koopkrachtstijging hangen op 0,3%.

 

Gezin met kinderen in de bijstand of met werk

Een gezin met kinderen gaat er 0,1% tot 0,6% op vooruit. Waar ligt dit grote verschil in? De koopkracht stijgt het hardst bij gezinnen waarbij beiden ouders werken. Heeft één van beiden een inkomen van €74.000 en de ander een inkomen van €18.000, dan stijgt de koopkracht tot wel 0,6%. De laagste koopkrachtstijging zien we bij alleenverdieners en gezinnen met een minimumuitkering.

 

Gezin met kinderen profiteert niet langer

Over het algemeen ging een gezin met kinderen in 2017 er meer op vooruit dan andere situaties. Dit is in 2018 niet langer het geval: hier telt vooral het inkomen in plaats van de gezinssituatie.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *