Placentaloslating, gevaar tijdens de zwangerschap

Bij ongeveer 1 op de 300 tot 500 zwangerschappen komt het voor: een placentaloslating. Dit noemen we ook wel placenta abruptio of solutio. Een ingrijpende gebeurtenis, omdat er levensgevaar voor het kind ontstaat, maar ook voor de moeder. In een aantal gevallen komt de vrouw te overlijden, vaker overleeft het kind het niet. Een gedeeltelijke loslating geeft meer kansen, en soms is de loslating zo klein dat de symptomen vanzelf weer verdwijnen. Een placentaloslating is te herkennen aan meerdere symptomen.




Wat is een placenta?

Al vroeg in de zwangerschap wordt de placenta aangemaakt. Na de bevruchting begint de eicel zich te delen. Deze celdeling blijft doorgaan gedurende de zwangerschap. Er ontstaat een buitenste laagje cellen, de troboflast, en een binnenste laagje cellen. Vanuit het binnenste gedeelte zal er een embryo ontstaan. Vanuit de troboflast vormen zich vlokken. Deze vlokken hechten zich aan de baarmoederwand: de innesteling. De vlokken smelten samen met het baarmoederslijmvlies. De placenta wordt op deze plaats gevormd. Een andere benaming voor placenta is moederkoek.

 

De placenta heeft een belangrijke taak: het houdt de baby in leven. Het vormt de longen, de nieren en de darmen van de baby. De placenta zorgt ervoor dat zuurstof en voedingsstoffen naar de baby worden gevoerd. Maar ook worden afvalstoffen weer van de baby afgevoerd. De baby staat in verbinding met de placenta middels de navelstreng.

 

Placentaloslating: placenta abruptio of solutio

Na negen maanden wordt de baby geboren. De baby is bij de geboorte nog verbonden met de placenta middels de navelstreng. De verloskundige of gynaecoloog zal de navelstreng doorknippen. Zoogdieren bijten de navelstreng bij hun jongen door. De baby heeft de navelstreng niet meer nodig, omdat hij of zij na de geboorte niet meer afhankelijk is van de placenta.

 

Na de geboorte volgen nog een paar weeën, die ervoor moeten zorgen dat de placenta los komt van de baarmoederwand. Vervolgens wordt de placenta uitgedreven. Op de plek waar de placenta zat ontstaat een wond: bloedvaatjes zijn gescheurd en er treden bloedingen op. Tijdens de eerste dagen na de bevalling zal de baarmoeder nog regelmatig samentrekken: de naweeën. Deze zorgen ervoor dat de bloedvaatjes worden dichtgeknepen en dat de baarmoeder kleiner wordt. Een placentaloslating direct na de bevalling is dus heel normaal. Maar soms laat de placenta te vroeg los, al tijdens de zwangerschap. Dit gebeurt bij ongeveer 1 op de 300 tot 500 zwangerschappen.

 

Vroegtijdige loslating, de oorzaken

Wanneer de placenta te vroeg of vroegtijdig loslaat ontstaat er levensgevaar voor de baby. De baby kan immers niet zonder placenta leven. De placenta kan loslaten door factoren van buitenaf, zoals rookgedrag van de vrouw, alcoholgebruik of gebruik van stimulerende middelen. Ook komt het vaker voor bij vrouwen die een ongeval hebben gehad, bijvoorbeeld een auto-ongeval en bij vrouwen die in verwachting zijn van een tweeling of meerling. Daarnaast zijn risicofactoren een hoge bloeddruk en suikerziekte (diabetes).

 

Van vrouwen die meerdere keren zwanger zijn is bekend dat de kans op een placentaloslating wordt vergroot. Ook een eerdere placentaloslating verhoogt het risico hierop bij een volgende zwangerschap. Vaak is de oorzaak onduidelijk, en kan men alleen maar de risicofactoren in kaart brengen.

 

Bij een loslating zien we in ieder geval dat een bloedvat tussen de placenta en baarmoederwand scheurt en bloedt. Hierdoor ontstaat er een bloedstolsels, waardoor de placenta verder kan scheuren. Door nog meer bloedstollingen krijgen we een domino-effect: de placenta kan steeds verder loskomen van de baarmoederwand.

 

Hoe herken je het?

Het is belangrijk om een placentaloslating te herkennen, zodat direct een arts gewaarschuwd kan worden. Er ontstaan symptomen en klachten als hevige buikpijn die plotseling optreedt. De pijn verdwijnt niet en zal vaak erger worden of op hetzelfde niveau aan blijven houden. De buik wordt hard en onrustig, dit noemen we ook wel een harde buik. De baarmoeder komt in opstand tegen de placentaloslating. Omdat tijdens een placentaloslating bloedvaatjes gescheurd worden, ontstaat er een bloeding. Dit kan een kleine bloeding zijn, maar ook een grote. Dit is afhankelijk van het type loslating.




Soms verdwijnen de symptomen weer

Het komt voor dat er buikpijn, harde buiken en een bloeding optreedt maar de symptomen weer verdwijnen. We hebben hier te maken met een zeer kleine placentaloslating. De placenta laat niet verder los en alle klachten verdwijnen weer. De baby blijft in dit geval buiten levensgevaar en zal zeer waarschijnlijk geen schade oplopen.

 

Gedeeltelijk of geheel

We onderscheidden een gedeeltelijke of een gehele loslating van de placenta. Bij een gedeeltelijke placentaloslating komt de placenta een stukje los van de baarmoederwand, maar er blijft nog enige verbinding tussen moeder en kind bestaan. In dit geval is redding van het kind nog mogelijk. Bij een gehele loslating komt de placenta helemaal los van de baarmoederwand. De baby krijgt geen enkele voedingsstof en zuurstof meer aangevoerd. Vooral zuurstof is van belang: binnen enkele minuten zonder zuurstof ontstaat er al ernstige hersenschade. Het kind zal vrij snel komen te overlijden.

 

De baby redden

Een placentaloslating is niet te voorkomen en ook niet altijd te voorspellen. Wel kan gezegd worden wie een verhoogd risico lopen (zie oorzaken). Soms kan de baby nog gered worden. Dit is alleen het geval bij een gedeeltelijke placentaloslating. Er zal eerst een echo en een CTG (cardiotocografie) gemaakt worden om te bepalen of de baby nog leeft en wat zijn of haar conditie is. Wanneer blijkt dat er nog hoop is, zal de baby gehaald worden.

 

De arts zal een keizersnede uitvoeren, waardoor de baby snel geboren wordt. Een keizersnede kan alleen uitgevoerd worden wanneer de toestand van zowel moeder en kind het toelaten. Ook zal de baby genoeg ontwikkelt moeten zijn om kansen buiten de baarmoeder te hebben. In andere gevallen en bij een gehele loslating van de placenta, is redding van de baby niet meer mogelijk.

 

Gevaar voor de moeder

Een placentaloslating is niet alleen levensbedreigend voor de baby, maar ook voor de moeder. Er kunnen bloedstollingsproblemen ontstaan. De vrouw kan ook zoveel bloed verliezen, dat ze in shock raakt en zelfs komt te overlijden. Ook kan er nierfalen optreden. Van alle vroeggeboorten vanaf 22 weken zwangerschap, waarbij de baby komt te overlijden sterft in 15 procent van de gevallen ook de moeder.

 

Een bloedtransfusie en het toedienen van vocht zal soms nodig zijn. Daarnaast kan er enige tijd medicijngebruik nodig zijn om de conditie van de lever of de nieren te optimaliseren. De meeste vrouwen herstellen weer volledig van een placentaloslating. Hert risico op een volgende placentaloslating tijdens een zwangerschap is wel sterk verhoogd. Om die reden zal bij een volgende zwangerschap de medische controle heel streng en intensief zijn.

 

Angst

Een placentaloslating is een ingrijpende gebeurtenis. Opnieuw zwanger worden na deze gebeurtenis brengt angst met zich mee. De verloskundige zal soms adviseren of vanaf 12 tot 14 weken zwangerschap dagelijks aspirine in te nemen. Dit werkt bloedverdunnend en voorkomt dat er een bloedstolsel tussen de placenta en baarmoederwand ontstaat. Een placentaloslating kan hier niet helemaal mee voorkomen worden, maar de kans kan hiermee wel verkleind worden. Overigens kan het ook zo zijn dat er iets anders geadviseerd wordt, of dat er helemaal geen actie wordt ondernomen. Bespreek dit altijd vooraf met de arts of verloskundige.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *